Schilderen

Eind februari, begin maart 2020 tourden we met de documentaire: De Slag om het Vrouwenhart, die ik net af had, door Nederland, niet beseffend dat dat de laatste keren zouden worden dat de film in de bioscoop te zien zou zijn. De publieke opkomst in de filmhuizen was overweldigend en aan de reacties over het onderwerp kon ik merken dat we bezig waren met een belangrijke missie.

Na iedere vertoning praatten we met een deskundige aan mijn zijde met de zaal over de inhoud van de film. In hoeverre klachten van vrouwen door artsen voldoende serieus genomen worden. Dat vrouwen anders op medicijnen reageren dan mannen, terwijl medicatie vooral op mannen getest wordt. En vrouwen overwegend met een lagere dosis pillen afkunnen. Enthousiast schudde ik na afloop handen en zoende willekeurige mensen. 

Maar toen! 13 maart.

Coronamaatregelen. Alles ging op slot. Inclusief filmhuizen. De toekomstige serie vertoningen werd afgeblazen. Ook het Haagse filmfestival Movies that Matter, waar de film voor geselecteerd was en waar verscheidene discussies gepland stonden, werd gecanceld. 

En toen! 17 maart. 

Ik voelde me niet goed, kreeg koorts, een hele rare tong en een nare smaak. Het contact met de huisarts verliep per telefoon. Via mail werd een foto van mijn tong gediagnostiseerd. Het onsmakelijke plaatje bleek voor de huisarts geen aanleiding om me te laten testen bij de GGD zolang de koorts onder 38.5 graden bleef. Mijn temperatuur bereikte de 38.4. Door de griezelige beelden van mensen die als maanmannen verkleed waren en alle stervenden op de IC, stond ik niet te trappelen om te weten wat er met mij aan de hand was en om naar een ziekenhuis of testlocatie te gaan. Het lamlendige gevoel ging niet over. Een thuistest bevestigde tot twee keer toe dat ik positief was. Men noemde het milde klachten. Milde klachten? Ik was uitgeput, kon moeilijk praten, maar zoals al mijn hele leven wist ik: mij zal je er niet onder krijgen.

[tekst gaat door onder de foto]

Corona
(Foto Claudia Otten)

Omdat bijna iedere fysieke inspanning onmogelijk was, nam ik penselen ter hand en pakte een canvasdoekje dat al jaren lag te wachten om een keer beschilderd te worden. Ik begon mijn gevoel op het canvas neer te zetten, er voltrok zich een gelukzalig gevoel. Een herkenning uit vroegere tijden toen ik jong was en tekende en tekende in een heel ingewikkelde periode van mijn leven. Ik was toen veertien jaar en besloot het eten dat mij voorgeschoteld werd te weigeren omdat mijn hoofd de huiselijke ruzies in ons gezin niet meer kon verdragen. Ik trok me terug op mijn kamer en deed niet anders dan met gekleurde viltstiften stippen zetten op Chinese rijstlampen, hele grote bollen van papier bij elkaar gehouden door metalen cirkels. Heel secuur en bedachtzaam zette ik stip voor stip, als je iets te hard drukte ging de stift dwars door het papier en kon de bol weggegooid worden. Ik noemde mijn vaardigheid: schöne Figuren machen. Als ik deze Duitse woorden nu opschrijf moet het toen waarschijnlijk de verwerking geweest zijn van hoe mijn ouders de tweede wereldoorlog hadden beleefd. Schöne Figuren machen. Doen of er niets aan de hand was, maar ondertussen borrelde een ondraaglijke spanning in huis waar ik niets van begreep. Het verstikte mij en ik verstopte me met dat zelfverzonnen pointillisme. 

Hoogstwaarschijnlijk door te blijven tekenen, overleefde ik deze ingewikkelde periode waarin ik mijn lichaam ongelofelijk verwaarloosd heb door af te dalen naar zevenendertig kilo. Ik had mijzelf lijfelijk in een uitgemergeld concentratiekampfiguur omgetoverd. Mijn ouders spraken voortdurend over mijn oma’s, opa’s, tantes en ooms. Allemaal uitgehongerd gestorven. Hoe kon ik me dat permitteren? Ik kreeg klappen, maar dat zorgde er alleen maar voor dat ik nog verder wegdook. Ik maakte me één van die onbekende familieleden om te voelen wat zij hadden moeten doorstaan. Door tot het uiterste te gaan en de tunnel des doods te zien, heb ik de stap kunnen maken om weer te gaan eten en dat verdriet achter me te laten. Al herstellende bleef ik tekenen. Tekende ons huis, mijn kamer, ging naar Artis om dieren te schetsen, maakte zelfportretten en meldde me op mijn zeventiende bij de Rietveld Academie om toelatingsexamen te doen. Eigenlijk veel te jong, maar ik wilde tekenen en niet meer leren op school. Dankzij mijn gevulde tekenmap werd ik aangenomen en kwam in de basisklas bij de schilder Piet Klaassen, die onze hoofdleraar was.

Ik kende hem al omdat zijn zoon Ewoud bij mij in de klas had gezeten op de lagere school en altijd tijdens de les helemaal onder de verf zat. Dat vond ik buitengewoon intrigerend: verf, vies, lekker knoeien.

Het basisjaar bestond vooral uit verkenning van verschillende grafische technieken. Onder andere schilderen. In de klas zaten voornamelijk jongens die allemaal veel beter konden tekenen en schilderen dan ikzelf, tenminste dat was mijn vermoeden. Dat werd bevestigd tijdens een les waar mijn werk aan de muur werd opgehangen en door de andere leerlingen bekritiseerd werd. 

Ik had mijn speelgoedbeer geschilderd. Apetrots was ik op het resultaat. Ik had de beer in vlakken onderverdeeld en in verschillende kleuren met plakkaatverf op papier gezet. Terwijl de leraar ernaast stond, werd het werk zodanig afgekraakt dat mijn minderwaardigheidscomplex tot over mijn oren opsteeg. Ik was zo teleurgesteld dat ik geen kwast meer durfde aan te raken en voor het vak edelsmeden koos. 

Nu, vierenzestig jaar later, heb ik mijn minderwaardigheidscomplex overwonnen. Ik heb de penselen gerangschikt, de doeken op ezels gezet en ben mijn gevoel gaan volgen zonder schroom of angst.

[tekst gaat door onder de foto]

De verslagen man
(Foto Claudia Otten)

We zijn meer dan een jaar verder sinds de eerste Coronacrisis. Covid-19 heeft me lelijk te pakken gekregen. Mijn immuunsysteem bleek niet tegen dit virus bestand. Ik hoor bij die groep mensen die langdurig klachten houdt. Waarschijnlijk te herleiden naar de periode in mijn leven waar ik mijn immuunsysteem verwoest heb door meer dan een jaar niet te eten. Wonderlijk genoeg blijkt dat het voornamelijk vrouwen zijn waarbij de klachten niet over gaan. Ze hebben de milde vorm van Covid-19, maar de aandoening verdwijnt niet of nauwelijks, terwijl mannen vaak heftigere symptomen krijgen eerder op de IC belanden. Wederom een bewijs dat de film waarmee we door het land trokken niet opzijgeschoven moet worden. We zullen moeten blijven strijden voor meer onderzoek naar de medische verschillen tussen mannen en vrouwen!

Helaas overvalt de koorts mij nog elke dag. Maar mijn strijdlust spreekt mij moed in en zegt nog steeds: mij krijg je er niet onder. Ik zal geen dag in bed blijven liggen. Wil er geen pillen voor slikken. Onverstandig of niet, de bijwerkingen wegen in mijn geval zwaarder. Sinds de eerste dag dat ik me niet goed begon te voelen, train en wandel ik iedere dag. Het was toen nog onbekend hoe groot het risico was dat ik anderen zou besmetten. Ik zocht mijn uitvlucht op de Joodse Begraafplaats vlakbij ons huis. Daar kwam je immers niemand tegen. 

[tekst gaat door onder de foto]

De danser
(foto Claudia Otten)

Binnen een jaar heb ik me in zoveel mogelijk verftechnieken verdiept, maar het belangrijkste was toch wel om met mijn handen te kunnen werken. In het begin waren mijn onderwerpen op Corona gericht. Hoe voel je je als plotseling alle theaters sluiten? We geen kant meer op kunnen, we geregeerd worden en niets meer te zeggen hebben?

Met het eerste schilderij heb ik enorm zitten worstelen. Het was somber en uitzichtloos. Een verslagen artiest die knock-out op een bankje zat. Een danser die alleen nog maar kon dromen van dansen maar het niet meer kon uitvoeren behalve in een eigen kamer van vier bij vier.

Maggie
(Foto Claudia Otten)

Mijn volgende project werd mijn allerliefste kleindochter die niet ouder dan zeven geworden is. Vanaf een foto schilderde ik haar portretje in olieverf. Haar vader heeft een schildersezeltje voor op haar graf getimmerd waar haar foto op prijkt. Als je aanloopt draait er een draaimolentje in de wind alsof ze naar je zwaait als je aan komt lopen. Dat werd het uitgangspunt voor haar portretje. Het was maar een klein doekje, maar er moest een molentje op. Het mooie van schilderen is dat je vrij bent. Of het molentje nu links of rechts staat, je kan er altijd weer een kwast overheen strijken en weg is het. Na vele pogingen was ik tot slot tevreden met het resultaat. Het molentje is niet dwingend, maar voor mij betekent het veel. Links boven uiteindelijk. 

Foto Annemarie Bakker